Zeehonden spotten in het Haringvliet en de Grevelingen

Inhoud5 sections
  1. 01Gewone en grijze zeehond: het verschil zien
  2. 02Waarom het getij alles bepaalt
  3. 03Waar kijken, bij het Haringvliet en bij de Grevelingen
  4. 04Hoe je je gedraagt: verrekijker, paden, stilte
  5. 05Wat de gedeeltelijke opening van de sluizen betekent voor de dieren

Zeehonden liggen op de zandplaten die bij laagwater droogvallen, tussen Haringvliet en Grevelingen, vooral in het uur rond de laagste waterstand.

Een zeehond op een zandplaat beweegt nauwelijks. Precies dat stilliggen, even weg uit het water, is het moment waarop het dier zich echt laat bekijken. Rond Goeree-Overflakkee delen twee soorten hetzelfde water, en twee heel verschillende bekkens, het Haringvliet en de Grevelingen, bieden elk hun eigen versie van datzelfde schouwspel. Zo lees je het zonder het te verstoren.

Gewone en grijze zeehond: het verschil zien

De gewone zeehond is de talrijkste in de delta. Een rond kopje en een korte snuit, vanaf de voorkant bijna V-vormig, onderscheiden hem van de grijze zeehond, log gebouwd en met een langgerekte kop die wel iets van een paard weg heeft. Al van een afstand geven silhouet en formaat op een zandplaat een eerste aanwijzing, nog voordat je op de details van de snuit hoeft te letten.

Beide soorten rusten vaak samen op dezelfde platen, zonder veel onderlinge strijd, zodat je ze soms op een paar meter van elkaar kunt vergelijken. De gewone zeehond is doorgaans het talrijkst op de platen van Haringvliet en Grevelingen, terwijl de grijze zeehond er meer een incidentele gast is. Voor wie de twee soorten voor het eerst naast elkaar ziet, valt vooral het verschil in bouw op, eerder dan een verschil in kleur, dat door individuele variatie minder betrouwbaar is.

Waarom het getij alles bepaalt

Een zeehond brengt het grootste deel van zijn tijd jagend en zwemmend in het water door. Hij komt pas op het zand wanneer het getij dat toelaat, dus zodra de platen droogvallen. Zeehonden spotten komt daarmee vooral neer op het getij spotten: het is zaak de laagwaterstanden van het gekozen gebied op te zoeken en de tocht daarop te plannen, in plaats van op willekeurig welk moment te hopen op een dier.

Het bruikbare venster ligt grofweg tussen een uur voor en een uur na laagwater, de tijd die de hoogste platen nodig hebben om droog te vallen voordat het water weer langzaam opkomt. Buiten die uren blijven de dieren op zee, onzichtbaar vanaf de oever, bezig met jagen in de geulen van de delta. Een getijtabel raadplegen hoort dus net zo bij deze uitstap als een verrekijker inpakken, en het loont om ruim op tijd te vertrekken.

Waar kijken, bij het Haringvliet en bij de Grevelingen

Het Haringvliet, de zeearm die eeuwenlang Flakkee heette voordat de naam Haringvliet in de negentiende eeuw de overhand kreeg, houdt ondanks de gedeeltelijke afsluiting sinds 1970 gewilde zandplaten voor zeehonden. Het gebied bij de Haringvlietdam, aan de kant van de delta, geldt als een klassiek uitkijkpunt, met de dam zelf als een natuurlijk observatiepunt boven het water.

Aan de kant van de Grevelingen biedt het grote zoutwatermeer achter de Brouwersdam een ander decor, meer beschut, waar boottochten vanaf het gebied bij de Brouwersdam bestaan om kolonies te benaderen zonder ze te storen. Geen aanbieder en geen prijs worden hier genoemd, want dit aanbod verandert per seizoen en verdient het om ter plaatse te worden nagevraagd. Wie liever vanaf de wal kijkt, vindt langs beide oevers van de Grevelingen genoeg plekken met vrij uitzicht op het water.

Zeehonden naast elkaar op een bij laagwater drooggevallen zandplaat

Hoe je je gedraagt: verrekijker, paden, stilte

Voor dit gebied is geen officiële afstand in meters gevonden, en die is dan ook niet uit te vinden. De regel die elders in de delta wel geldt, is zonder meetlint prima toe te passen: blijf op de paden en dijken, loop nooit recht op een bezette plaat af, en laat een liggend dier nooit opschrikken. Een zeehond die zich plotseling opricht, richting het water kijkt en uiteindelijk het water in schiet, is een zeehond die net verstoord is, geen zeehond die goed is bekeken.

Een verrekijker is onmisbaar bij dit soort observaties, meer dan alleen comfort. Hij houdt je op afstand terwijl je toch beide soorten kunt onderscheiden, en neemt de verleiding weg om dichterbij te sluipen voor een beter zicht. Ook stilte telt: stemmen dragen ver over het kalme water van de delta, en jagen een zeehond soms sneller weg dan een stilstaande gestalte op de dijk. Een hond die los langs het water loopt, heeft op zo’n dijk niets te zoeken, hoe rustig het dier zelf ook is.

Wat de gedeeltelijke opening van de sluizen betekent voor de dieren

Sinds 15 november 2018 zet het Kierbesluit de sluizen van de Haringvlietdam bij tussenpozen op een kier, wanneer de aanvoer van Rijn en Maas dat toelaat, om trekvissen weer een doorgang tussen zee en zoet water te geven. De maatregel richt zich vooral op elft, fint en Europese steur, bijna verdwenen uit Nederlandse wateren sinds de afsluiting van 1970, meer dan op de zeehonden zelf. Toch brengt hij een restgetij mee van ongeveer tien centimeter, dat het ritme van de platen dichtst bij de dam licht beïnvloedt.

Sommige waarnemers vinden de uitvoering van het Kierbesluit trager dan aangekondigd, een discussie die openstaat en geen uitgemaakte zaak is. Voor de zeehonden zelf verandert er vooralsnog weinig aan hun vaste ritme van zandplaat en getij. Voor wie op zoek is naar zeehonden, ligt het belangrijkste elders: dezelfde bewegende kust als bij de duinen van Ouddorp en de Kwade Hoek blijft deze platen vormen, en de vier Deltawerken die het eiland hebben ontsloten hebben op de achtergrond ook het leven van de delta veranderd waarin deze dieren leven.

Résumer cet article avec :

Partager :